Breng je woning in kaart

Elke woning is anders: wat bij je buren werkt, hoeft bij jou niet te passen. Vul in een paar minuten in hoe jouw huis ervoor staat – isolatie, ventilatie, verbruik – en je ziet welke warmteoplossingen passen, wat ze ongeveer kosten en wat ze opleveren. Vrijblijvend.

Check mijn woning

Wat is de schilindicator of woonwarmtevraag?

Het isolatieniveau van een woning drukken we uit in de schilindicator, ook wel woonwarmtevraag genoemd: het gemiddeld warmteverlies van de woning per vierkante meter woonoppervlak per jaar (kWh/m²/jr). Hoe lager dit getal, hoe minder warmte er weglekt en hoe lager de temperatuur waarmee de woning comfortabel verwarmd kan worden.

Schema van het warmteverlies in een doorsnee woning: daken 30 procent, ververste lucht 20 procent, muren 20 procent, ramen 15 procent, vloer 10 procent en koudebruggen 5 procent.

Als vuistregel geldt dat een woning met een schilindicator van hoogstens 70 kWh/m²/jr – grofweg vergelijkbaar met energielabel C – comfortabel warm te krijgen is met een warmtepomp. Woningen van een recenter bouwjaar zijn in de regel al vanaf de bouw aanzienlijk beter geïsoleerd dan oudere woningen. Meer isolatie, goede kierdichting en/of warmteterugwinventilatie (WTW) verlagen de schilindicator; een zeer goed geïsoleerde woning zit rond een schilindicator van 50 of lager.

Breng je woning in een paar minuten online in kaart en de huidige schilindicator van je woning wordt berekend. Vervolgens kun je variëren met aanvullende maatregelen en zien wat dat doet met de schilindicator, en welke verwarmingstechnieken daarmee binnen bereik komen.

Wat is pieklast?

De schilindicator zegt iets over de gemiddelde warmtevraag van je woning over een heel jaar. Voor de vraag hoe groot je warmtepomp – en je radiatoren of vloerverwarming – moeten zijn, kijken installateurs naar een ander getal: de pieklast, ook wel het piekvermogen genoemd. Dit is het vermogen dat je warmtebron minimaal moet kunnen leveren tijdens de koudste dagen van het jaar, uitgedrukt in kW. Waar de schilindicator een jaargemiddelde is, is de pieklast een momentopname op het koudste punt van het jaar.

Voor dat koudste punt rekenen installateurs in Nederland met een vaste waarde: -10 °C buiten, terwijl het binnen gewoon 21 °C moet blijven. Dat is geen doorsnee winterdag, maar het koudste scenario waarmee installateurs standaard rekenen bij het bepalen van de juiste capaciteit. Door de installatie hierop te dimensioneren, weet je zeker dat je woning ook tijdens een strenge vorstperiode warm blijft, en niet alleen op een gemiddelde dag in november.

Pieklast en schilindicator hangen nauw samen, maar zijn niet hetzelfde. De schilindicator is een gemiddelde per vierkante meter woonoppervlak; de pieklast is een absoluut vermogen voor je hele woning. Twee woningen met precies dezelfde schilindicator kunnen dus toch een heel verschillende pieklast hebben, simpelweg omdat de ene woning groter is dan de andere. Ook verschuift de bron van het warmteverlies: in een matig geïsoleerde woning gaat bij -10 °C de meeste warmte verloren via muren, ramen en dak; hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe groter het aandeel van de ventilatielucht (de lucht die ververst wordt) wordt in het totale warmteverlies.

Als vuistregel ligt de pieklast voor een doorsnee eengezinswoning meestal ergens tussen de 4 en 10 kW, afhankelijk van de grootte en het isolatieniveau van de woning.

Breng je woning in een paar minuten online in kaart en de pieklast wordt berekend, zodat je meteen een gevoel krijgt bij het vermogen dat een warmtepomp voor jouw woning ongeveer moet kunnen leveren. Voor de definitieve keuze en offerte doet je installateur altijd nog een preciezere warmteverliesberekening, maar met deze indicatie weet je alvast waar je ongeveer op uit moet komen.

Hoeveel m² PVT-panelen past er op mijn dak?

Voor PVT als warmteoplossing moet er voldoende ruimte zijn op je dak.

Waar gewone zonnepanelen (PV) zelden richting het noorden worden gelegd, is dat voor PVT-panelen soms wel een optie. Ze leveren dan aanzienlijk minder stroom, maar kunnen wel de benodigde warmte oogsten uit de lucht. Valt er echter veel schaduw op het dak door een grote boom of een hoog gebouw ernaast, dan is je dak waarschijnlijk minder geschikt. Ligt je dak al vol met gewone zonnepanelen (PV), dan is wellicht de bodemlus als warmteoplossing een betere optie. Uiteindelijk maakt een installateur een precies legplan wanneer je kiest voor PVT.

Plat dak

Op een plat dak staan panelen schuin op een montagesysteem, gericht op het zuiden of in oost-west-opstelling. Bij zuidopstelling is tussen de rijen circa 70 cm nodig om onderlinge beschaduwing te voorkomen; bij oost-west vervalt dat en passen er meer panelen op hetzelfde dak. Tussen dubbele oost-west-banen blijft zo'n 50 cm vrij.

Zwarte zonnepanelen schuin op een montagesysteem op een plat dak, in rijen met ruimte ertussen.

Schuin dak

Op een schuin dak liggen de panelen in het dakvlak en is tussen de banen geen vrije ruimte nodig. Panelen kunnen ook op verschillende dakvlakken worden geplaatst. Of er ook naast een dakkapel of schoorsteen panelen kunnen, beoordeelt de installateur bij het legplan.

Luchtfoto van het Ramplaankwartier: rijtjeswoningen waarvan de pannendaken vlak in het dakvlak zijn belegd met zonnepanelen, verdeeld over meerdere dakvlakken.

Breng je woning in een paar minuten online in kaart en je krijgt al een eerste inschatting of het zou passen. Deze schatting is gebaseerd op wat uit openbare bronnen bekend is over je woning en hoeveel m² PVT-panelen er nodig zouden zijn voor het comfortabel verwarmen van je woning.

Bereken de getallen voor jouw woning

In een paar minuten weet je de schilindicator en de pieklast van je woning, welke maatregelen nog lonen en welke warmteoplossingen binnen bereik liggen.

Vul je gegevens in voor een gratis woningcheck. In een paar minuten weet je waar je woning staat.